3/8: Ochtendwandeling Knippingen

2017

Klik op de foto’s om te vergroten

Een tijdje geleden had ik het idee opgevat om een klein topje bij ons in de buurt op te gaan wat niet een bekend of gebruikelijk topje is. Het topje heet Knippingen (406 meter), maar volgens mij gaat er niet een speciaal pad naar toe. Ik had er nog nooit van gehoord in elk geval, niet voordat ik via internet wat aan het zoeken ben gegaan. Ik had al eens gekeken vanaf welke plek ik hem evt. op zou kunnen gaan. Het „meest logische“ voor mij was om de auto langs de kant van de weg te zetten, in het dal achter ons huis. Zo gezegd, zo gedaan.

Knippingen

Het was nog erg vroeg, half acht, en de dauw was door de vroegte nog niet verdwenen. En na een paar minuten lopen door het hoge gras waren mijn schoenen en broekspijpen al doornat.

Ik kwam langs de oefenschietbaan. Ze waarschuwen met een bord. Maar op dit vroege tijdstip is er geen schot te horen; alleen vogelzang. Ik loop langzaam omhoog maar het bos wordt steeds dichter en met veel omwegen stijg ik maar langzaam. „Dit is niet te doen!“, denk ik na een tijdje. Ik moet een andere oplossing vinden om de top te bereiken, en maak rechtsomkeer, terug naar de auto. Maar ik heb nog tijd voor een ander uitstapje en wel naar een oude skischans, die verscholen in het bos tegen de wand van de berg aanligt waar ik op wilde.

      

De skischans heb ik al eens meerdere keren bezocht. Dit is de „Braute hoppebakke“, vernoemd naar de plaats waar hij ligt. Het fascineert me dat die daar ligt waar die ligt. Deze werd in het midden van de jaren 1960 gebouwd, maar allang niet meer in gebruik. Althans niet door mensen. Met de jaren is het de natuur die er de overmacht over heeft gekregen en er gebruik van maakt. Dat heeft er voor gezorgd dat de glorie en jubel over overwinnende sprongen verstild zijn.

Resten van de skischans

Toen ik er liep meende ik me te herinneren van eerdere keren dat er toch meer van over was dan dat wat ik nu zag. Maar al ras werd duidelijk dat menselijke handen en machines hard aan het werk zijn geweest om het laagste deel van de skischans te verwijderen. De resten lagen op een grote hoop bij elkaar. Wellicht dacht men dat het te gevaarlijk was voor mensen, mochten die op het idee komen om er op te gaan. De arena is nu het terrein van jagers, die er een uitkijkpost hebben gemaakt. Ook lopen er koeien en schapen vrij rond te grazen. Ik zie ze niet maar hoor de bellen om hun nek wel.

Maar ik blijf nieuwsgierig en ga toch een rondje in het terrein maken. Hoger gelegen tref ik toch de allerlaatste resten aan van de skischans. Je kan zien hoe die zo ongeveer is opgebouwd: met planken en golfplaten eronder.

    

Er langs is een trap gebouwd, daar waar de springers omhoog liepen, naar de top van de skischans.

    

Die trap ziet er aanvankelijk nog aardig goed uit, maar hogerop is hij deels ingestort. Ik waag me daar niet op, maar ga er aan de zijkant van omhoog, over stenen. Ik wil helemaal naar boven om te zien hoe het er daar vandaan uitziet.

En dat is best stijl. Ik zou een sprong niet wagen; niet op deze en ook niet op andere skischansen in Noorwegen!

Hierna ga ik weer naar beneden, via dezelfde weg. Ook verder omlaag ziet het er nog aardig hoog uit. Je kan goed zien dat de bomen het heft in handen hebben genomen. Maar de boeren weten dat hun koeien hier ook lopen: ze hebben likstenen aangebracht.

     

Als ik weer zo’n beetje op de „begane grond“ ben, zie ik nog een hokje staan. Dit was de voormalige wc, echt zo’n oude poepdoos.

Die ligt nu vol met touwen en bordjes met nummers erop. In de linker wc is een zinken goot aangebracht: dat was vast de voorloper van een urinoir.

     

Hierna rij ik naar huis. Op de terugweg loopt er een hele kudde pinken op straat.

Van wijken willen ze bijna niet weten; ik moet er heel dichtbij rijden willen ze een beetje aan de kant gaan. Tuttige dames!

Maar voor ik afsluit kan ik nog vertellen over een andere skischans die in Ørskog gebouwd is en wel „Løklibakken“. Die is wel goed bekend in Noorwegen omdat hier de NM = Norges Mesterskap (Noorse kampioenschappen) zijn gehouden in 1968. Deze werd gebouwd ergens in de jaren 1930 en werd later uitgebreidt om sprongen van 50-60 meter te kunnen maken. In de jaren 1960 is hij weer verder uitgebreidt en hierna werd de hij gebruikt voor de elite-wedstrijden in 1965.

     

De wedstrijden van 1968 zit bij velen, die aanwezig waren, nog vers in het geheugen, met name omdat het stralend mooi weer was tijdens de proefsprongen op zaterdag, gevolgt door enorme regenbuien tijdens de wedstijden op zondag. Afkoeling van het bovenste gedeelte van de schans zorgde voor recordtempo‘s. Het record op deze schans is 92 meter door Bjørn Wirkola (1943). Hij werd toen kampioen van Noorwegen Jan Olaf Roaldset sprong 93 meter maar hij viel.

De jarenlange positie als ‘s werelds beste skischansspringer heeft gezorgd voor een uitdrukking waar men naar Wirkola verwijst: „Å hoppe etter Wirkola“ (Springen na Wirkola). De uitdrukking wordt vaak gebruikt in situaties waar men moet proberen om opgaves van een voorganger, die zeer goed was op zijn/haar gebied, over te nemen of voort te zetten. Ik had nog nooit van die uitdrukking gehoord totdat ik het leiderschap van koor en de functie als penningmeester bij de huttenvereniging neerlegde. Men zei toen dat het overnemen van die functies was als „Springen na Wirkola“.

Later werden er diverse wedstrijden op Løklia gehouden. Maar in het midden van 1970 kwam er tijdens een winter mild weer en een zeer „onvriendelijke“ wind in de omgeving. Dat zorgde voor een sneeuwlawine en sleurde het grootste gedeelte van de aanleg met zich mee. Niemand zag het nut er nog van in om de skischans weer op te bouwen. Ook deze is door de natuur overgenomen. Het skischansspringen, wat weeldig groeide in de gemeente, werd hierna behoorlijk gereduceert.

Janet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *